‘Ik ben Wie ik ben; Exodus 3:14
De vraag of God bestaat is ongetwijfeld een van de meest gestelde vragen uit de menselijke geschiedenis. Het is een eeuwigdurende zoektocht die in alle culturen en in alle tijden wordt ondernomen, voortdurend met wisselende antwoorden en onzekere aannames. Anno 2011 luidt het antwoord op deze eeuwigdurende vraag dat er ongetwijfeld ‘iets’ is, maar dat we niet weten ‘hoe, wat en waar’. Veelal is dat einde discussie, over tot de orde van de dag. Het ietsisme viert hoogtij.
De Katholieke Kerk leert dat God gelimiteerd kan worden gekend via het licht van de natuurlijke reden. In dit artikel zal ik enkele welbekende klassieke ‘bewijsmiddelen’ aanhalen voor het bestaan van God. Weinigen daarvan heb ik zelf ‘verzonnen’ of ‘bedacht’. Dat hoeft ook niet. De traditie van de Katholieke Kerk is zo omvangrijk, dat er in de uitgestrekte intellectuele en spirituele bagageruimtes meer dan genoeg antwoordrichtingen en suggesties te vinden zijn. Denk aan bijvoorbeeld Anselmus en Augustinus. En zelfs pre-christelijke denkers zoals Aristoteles zullen in de argumenten die voorbij komen worden herkent. Let daarbij wel op dat ik de intentie ‘God te bewijzen’ gevaarlijk vind, omdat dit woord veelal aan de huidige empirische wetenschap wordt gekoppeld. Ik gebruik dan ook liever het woord ‘proeve van Gods Bestaan’. Daartoe zal ik veelal filosofische/logische argumenten aanhalen, nauwelijks Bijbelse argumenten. Dat is ook typisch voor de katholieke manier van redeneren over geloof. Niet alleen Bijbel (Solo Scriptura), maar ook verstand, rede en intellect.
5 proeven voor Gods bestaan
1. Bewegingsargument
Een van de eerste proeve voor Gods bestaan is het argument van de beweging. In de wereld is alles in beweging. Nu is echter een filosofisch argument dat alles wat in beweging is ook ooit in beweging gebracht dient te zijn. Beweging is namelijk niets meer dan de route van ‘potentie’ naar ‘daadwerkelijk’. Een voorbeeld; vuur is ‘daadwerkelijk’ heet. Om die hitte echter te bereiken dient bijvoorbeeld de substantie hout in beweging te worden gebracht. Hout is dus in potentie heet en de route die het aflegt (bijvoorbeeld menselijk handelen) zorgt ervoor dat het ook daadwerkelijk heet wordt. Het is echter niet mogelijk dat iets wat ‘daadwerkelijk heet’ is ook ‘potentieel heet’ is. Wel kan iets wat ‘daadwerkelijk heet’ is, in potentie ‘koud’ worden. Dat gebeurt wanneer het vuur uitwakkert en er slechts kool/as overblijft. Via deze redenatie is het dus onmogelijk dat iets tegelijkertijd bewegend en beweger kan zijn. Het kan dus niet zichzelf in beweging zetten, het evolueert volgens bepaalde paden altijd van potentie tot daadwerkelijk en opnieuw weer van daadwerkelijk naar potentie. Daarom dient dus alles wat in beweging is, ook in beweging te zijn gezet. Datgene wat A in beweging zet (je zou dat B kunnen noemen), is zelf ook weer in beweging gezet (door C), welke weer in beweging is gezet door D, enzovoorts. Dit proces kan echter niet eindeloos doorgaan en dus kom je op een gegeven moment bij ‘Z’ aan. Z heeft al het voorgaande in beweging gezet, het is het beginpunt. Dat is God.
2. Ordeningsdoel
In de wereld van de reden zullen we ontdekken dat er een ordening bestaat waarin alles een doel heeft. Er is geen element in de wereld (en dat is ook niet mogelijk) dat ‘zichzelf’ tot doel heeft, dat aan ‘zichzelf vooraf gaat’. O0k hier is dus min of meer sprake van de noodzaak tot ‘iets’ dat ‘uit zichzelf’ bestaat. Dit noemen we God, terwijl atheïsten dit bijvoorbeeld ‘de oerknal’ noemen. Die oerknal vervult dan echter filosofisch dezelfde rol als God; het eerste efficiënte handelen. De vraag is echter gerechtvaardigd wat er aan de oerknal vooraf gaat, waar het absolute begin hiervan te vinden is. Ook hier lijkt God dus wederom het enige antwoord te zijn.
3. Gradatie
In alle zaken op aarde is gradatie aan te brengen. Tussen alles wat bestaat zijn er elementen die minder goed, waar, nobel en gezond zijn. Maar ‘meer’ en ‘minder’ geven wel aan dat er een bandbreedte is, een minimum en een maximum. Iets dat koud is, kan nog kouder worden tot het ‘allerkoudste’ wordt bereikt. Daarom zal er dus iets moeten zijn dat de bandbreedte aangeeft; de basis van al het uiterste goede, van de perfectie. Dat is wat we God noemen.
4. Aardprocessen
Wat opvallend is, is dat zaken die intelligentie missen toch bewegen en resultaat behalen. Denk aan de aardprocessen. Zij bereiken niet ‘bij toeval’ hun doel, maar doelgericht en ontworpen. Toch kan iets wat intelligentie mist niet ‘nadenken’ of ‘besluiten’ als zodanig te handelen. Het wordt dus gestuurd door iets met intelligentie, dat alle bestaande zaken naar hun eindbestemming loodst. Dat is wat we God noemen.
5. Bestaan en niet-bestaan
In de natuurlijke ordening vinden we zaken die bestaan en vervolgens niet-bestaan. Elementen op aarde, denk zeker ook aan de mens, worden gemaakt, raken in verval en verdwijnen weer. Dat is wat ook wel de cirkel van het leven wordt genoemd. Echter, wanneer alles de potentiële mogelijkheid heeft om ‘niet te bestaan’ (zoals mens, dier, plant allen hebben), dan kan er een moment in de geschiedenis zijn geweest waarin ‘alles niet bestond’. Daarom is er iets nodig dat altijd bestaat, dat noodzakelijk is om al het andere mogelijk te maken. Dat is de absolute bestaansbasis die we God noemen.
Bovenstaande vijf proeven van Gods bestaan kunnen natuurlijk, zoals met alle filosofische constructies, worden gedeconstrueerd of worden bevraagd. Ze kunnen worden betwijfeld en bediscussieerd. Het is waarom het geen zuiver empirisch bewijs , wel een duidelijke verwijzing/proeve.
Overigens is het ook goed om op deze plek stil te staan bij een vraag die veel mensen met betrekking tot het bestaan van God dwarszit. Veel mensen vragen zich af waarom, als God bestaat, er dan überhaupt nog enige notie van ‘kwaad’ is? God is toch sterker dan kwaad, Hij kan het toch vernietigen? Mensen zien in het welig tierende kwaad in de wereld een welhaast ‘hard bewijs’ dat God niet kan bestaan. Als antwoord hierop een mooie uitspraak van Augustinus uit zijn wereldberoemde Handboek. Een argument dat ook aansluit bij het bewegingsargument (proeve 1) van hierboven; ‘Omdat God het hoogste goed is, laat Hij geen enkel Kwaad toe in zijn Werk, behalve wanneer hij in Zijn almacht en goedheid overziet dat er goed ontstaat uit het kwaad’. Een mooie verklaring voor kwaad.
Gokken en winst
Natuurlijk zijn er ook andere argumenten die een indicatie kunnen geven van Gods bestaan. Sommige zijn verrassend overtuigend, ander bijna simpel. Zo zou je kunnen stellen dat bij een vraag die je met ‘ja’ of ‘nee’ kunt beantwoorden ieder van de antwoorden in aanleg 50% kans heeft om goed te zijn. Je zou ook, alhoewel het niet mijn favoriete argument is, het ‘nutargument’ kunnen gebruiken. Stel dat je niet in God gelooft en hij blijkt aan het einde van je leven toch te bestaan? Dan verlies je in potentie alles! Geloof je in God en blijkt hij op het einde toch niet te bestaan, dan heb je op wellicht enkele beperkingen in je aardse leven na niets verloren. Bovendien is het zo dat als je gelooft dat God niet bestaat en je zou gelijk krijgen, je eigenlijk niets wint. Daarom is het wel zo verstandig om in God te geloven, omdat je weinig verliest als je fout zit en een groot verliest vermijdt. Dat is voor de welhaast cynische Nederlanders met hun ‘wat levert het me op-argument’ een wellicht overtuigende denkwijzen. Hij is echter, geef ik toe, minder verheven dan de voorgaande vijf punten.
Intelligent design
Michael Behe heeft het argument voor intelligent design ontwerpen, primair vanwege zijn verwondering voor de ondoorgrondelijke complexiteit van één enkele menselijk cel. Het schijnt dat zelfs de meest simpele cel namelijk een combinatie van 8 complexe structuren bezit die vrijwel uniek zijn. Ondanks de terechte verwondering hierover en het bijna tastbare Godsbewijs dat hiervan uitgaat, is intelligent design theologisch gezien gevaarlijk. Dit omdat het een soort deïsme van een God op afstand impliceert. Daarmee verwerpt het de Christelijke God die actieve en persoonlijke krachten heeft (zoals liefde), die we kunnen ervaren en waarnemen. Toch noem ik ook dit argument omdat het vele mensen schijnt te overtuigen en bekoren en het een eerste stap kan zijn van een meer volledig Godsbeeld.
Een mysterie
Een erg interessant argument is van Karl Rahner, herhaaldelijk ook aangehaald door een grote inspiratiebron van mij, J. Cecil. Karl Rahner sprak de woorden dat atheïsten niet kunnen zeggen dat God niet bestaat, want ‘Ik geloof niet in God’ is hetzelfde als zeggen ‘ik geloof niet in fysilgrock’, een verzonnen woord van Rahner. Wat Rahner hiermee wil aangeven is dat we geboren worden met een niet-verbaal, verwarrend bewustzijn van het Goddelijke Heilige Mysterie. Dit bewustzijn kan op verschillende manieren worden versterkt. Zo stelt de Heilige Augustinus dat de schoonheid van de wereld hem tot de overtuiging dat God bestaat heeft gebracht. Religie is daarmee dus een cultureel en historisch antwoord op dit latent aanwezige basisgevoel, deze primaire menselijke neiging. Hierdoor is de ervaring van het heilige mysterie werkelijk en in principe toegankelijk voor iedereen. Ook dit levert een indicatie van het bestaan van God op.
Twijfel
Zoals in de introductie van dit artikel al gesteld, wordt God met alle bovenstaande argumenten niet bewezen. Alle werken geschreven om God te bewijzen trekken allen de schaduw van het onwetende niet weg; ze onthullen God niet echt. Het is dan ook nog maar de vraag of God daadwerkelijk via ratio bewezen kan worden. Het Eerste Vaticaanse Concilie neigt sterk naar de overtuiging dat natuurlijke reden ons kan leiden tot een zekerheid dat God bestaat. Ik betwijfel dat. Reden kan ons de eerste aanzetten geven, het kan als een richtingwijzer fungeren. Maar we moeten ons realiseren dat ieder van ons een eigen beeld, een eigen constructie van God heeft. De vraag is echter of dat beeld correspondeert met de werkelijk over God. Over de koppeling tussen onze eigen constructie over God en de werkelijkheid die God daadwerkelijk is, kunnen we nooit volledige zekerheid verkrijgen en kan uiteindelijk alleen op vertrouwen drijven. Daarbij is overigens het gebed van groot belang!
De conclusie is dus dat geloof en twijfel elkaar niet uitsluiten, maar soms gewoonweg bij elkaar horen. Dit wordt ook treffend verwoord door paus Benedictus XVI in zijn boeken over het leven van Jezus. De kern van geloof is dan ook niet het leven zonder het twijfel. De kern van het geloof is dat je vast blijft houden aan God en het geloof, zelfs in de meest duistere twijfel en onzekerheid. Daarmee zijn christenen mensen die in geloof én onzekerheid toch durven te springen, in de uiteindelijke overtuiging dat we in de liefhebbende handen van Hem die alles heeft geschapen vallen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten