maandag 19 december 2011

Schepping & Aard van de mens

En God zag dat het goed was’
Genesis 1:10


Ik ben meestal wat verbaasd wanneer mensen het een belangrijk issue vinden of de aarde in zes dagen geschapen is of niet. Mijn inziens is geloof in God en Jezus Christus namelijk wel op de laatste plaats afhankelijk van deze twee hoofdstukken van het Bijbelboek Genesis. Een boek dat mijn inziens vooral als historische literatuur moet worden beschouwd. Zodoende is de discussie hoe oud de aarde is vanuit geloofsperspectief niet direct relevant. Toch een uiteenzetting.

Het karakter van Genesis

Ruim 1400 jaar voor Darwin vroeg de Heilige Augustinus zich al af hoe oud de aarde in het licht van Genesis moest zijn. De directe reden dat hij zich dit afvroeg kwam voort uit de overtuiging destijds dat de wereld al meer dan 10.000 jaar oud moest zijn en Genesis dus volstrekt fout zat. Augustinus dacht lang na over deze kwestie en concludeerde dat Genesis vooral tot de historische literatuur moet worden gerekend, onder andere vanwege het feit dat de zon werd geschapen op de vierde dag. En hoe kun je dagen tellen zonder een zon? En bovendien merkte Augustinus scherp op dat in latere Bijbelboeken wordt gezegd dat ‘een dag gelijk duizend jaar is bij God’. Via deze mooie denkexercities toont Augustinus overtuigend aan dat de Bijbel (en dus ook Genesis) een mooie inspiratiebron is, maar nooit het absolute sluitstuk. Daarvoor is ook rede nodig. Ziehier de katholiek! Uiteindelijk concludeert Augustinus dan ook dat ‘de Bijbel geschreven is om ons te vertellen hoe in de Hemel te komen; niet om ons te vertellen hoe de Hemel er is gekomen’. Deze manier van redeneren is lang onder theologen aangehangen. Pas met de komst van Darwin is, zoals zo vaak in de geloofswereld, een akelig fundamentalisme opgekomen dat volledig aanhangt wat in de Bijbel staat.

Betekent de redering van Augustinus niet dat de schrijvers van Genesis logen? Ik denk het niet. De schrijvers van Genesis gaven via de woorden van hun tijd uitdrukking aan de diepe overtuiging Gods hand in de schepping te zien. Daarbij maakte ze gebruik van in hun tijd voorhanden zijnde stijlmiddelen. Wanneer ik bijvoorbeeld nu stel dat het ‘hondenweer’ is, betekent dat geenszins dat er ook daadwerkelijk een hond heeft bepaald hoe het weer eruit ziet. Wel probeer ik daarmee een diepe waarheid (namelijk dat het verschrikkelijk slecht weer is) tot uitdrukking te brengen. Datzelfde wilden de schrijvers van Genesis. Het is een gedicht dat de ordenende hand van God wil beschrijven. God schept dag en nacht, zee en aarde, mens en dier. Hij is de God van de logica (afgeleid van het Griekse Logos, wat Woord betekend). Diezelfde ordenende goedheid van God komt later ook terug in het magistrale Evangelie volgens Johannes, wanneer Johannes opent met de woorden ‘In het begin was het Woord(Logos) …en het Woord (Logos) werd vlees’.

Genesis is geen geschiedenis. Het is literatuur; een prachtig gedicht op de pracht en praal van de schepping en de ordenende hand van God hierin. God stond aan het begin en uit pure goedheid is de aarde ontstaan. Daarmee is het boek Genesis niet zozeer het antwoord op HOE God de aarde heeft gemaakt, maar vooral op WIE diegene die de aarde heeft gemaakt eigenlijk is. Het is een tegenantwoord op de destructieve overtuiging dat ‘het leven een pannenkoek is’ (plat en zo op; waardeloos). Het is tevens het overtuigende tegenantwoord op iedereen die meent dat de mens gelijk een dier is. Want de kenmerkende structuur van de mens (goed, met ordenend intellect) wijst eerder ophoog richting God dan omlaag richting het dier. En het is tevens het liefdevolle antwoord op de immense waardigheid van de mens, die op prachtig wijze ‘naar het evenbeeld van God’ is geschapen.

De aard van de mens

Dat de mens het evenbeeld van God is toont ook aan dat de mens van nature goed en prachtig is. Lijden is niet bedoeld voor dergelijk hoge wezens. Toch, in zijn Godheid en dus goedheid, besloot God ons de vrijheid te geven. Vrijheid is de hoogste waarde van de mens, die echter tegelijkertijd het meest verschrikkelijke ten tonele voert; kwaad. Kwaad en vrijheid zijn intrinsiek en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Genesis is daarmee een van de oudste menselijke zoektochten naar de oplossing voor het mysterie van het kwaad.

Wat mij zo raakt in het verhaal Genesis is dat God zichzelf wil tonen via het beeld van de mens. Vrijwel alle kennis op aarde wordt verkregen via verbeelding. Eerst moet iets worden verbeeld alvorens het kenbaar en dus verklaarbaar wordt. Zodoende is de mens de poort tot God. De mens verbeeld de glorie van de God, die achter die geschapen mens zit.

Vraag en antwoord

In het nadenken over bepaalde vragen is het essentieel dat we de juiste bronnen aanboren. Als ik een ziekte wil genezen, went ik me tot een medisch handboek. Als ik de liefde aan iemand wil uiten, zoek ik naar een geschikt gedicht om dat te doen. Als ik dan ook de aarde wil onderzoeken op haar ouderdom, went ik me tot een archeologische studie. Naar het boek Genesis went ik me wanneer ik een religieus of theologisch punt wil maken. Pas dan komt de juiste intentie en het bedoelde doel tot volledige uitdrukking. Geen van voorgaande sluit de ander uit, ze bedekken alleen een ander onderdeel. Bovenstaande betekent overigens geenszins dat ik een evolutionist ben. Geenszins zelfs. Ik denk dat behoorlijk grote vragen gezet kunnen worden bij de theorie van Darwin, hetgeen ook meer dan eens wordt gedaan in de wetenschap. Ik merk daarbij ook graag op dat goede wetenschappers empirische observaties testen en falsifiëren op basis van een hypothese. Dat kan bij Darwin erg lastig. Net als met de Bijbel.

Er zijn mensen die menen iedere relevante vraag terug te kunnen vinden in de Bijbel. We moeten ons echter realiseren dat de Bijbel ons nooit vertelt dat 1+1=2. Dat pretendeert de Bijbel ook niet. Want diegene die menen dat iedere relevante visie terug moet worden gebracht tot de Bijbel, doen ernstig geweld aan de teksten in de Bijbel. Ze zoeken in deze teksten namelijk antwoorden op vragen die nooit werden gesteld in de hoofden van de auteurs destijds. En dat kan nooit de bedoeling zijn.

Conclusie

In bovenstaande tekst heb ik duidelijk willen maken dat Genesis en de evolutietheorie twee verschillende vragen beantwoorden. Genesis beantwoordt de vraag wat God voor ons wil zijn, de evolutietheorie gaat veel meer in op het ‘hoe’ van de schepping. Mijn inziens kunnen beide theorieën, genuanceerd en in hun kader geplaatst, naast elkaar bestaan. Alhoewel beide wel zullen moeten beseffen niet het doorslaggevende en enig zaligmakende antwoord te bezitten.

Wanneer mensen me vragen ‘of God de aarde in zes dagen heeft geschapen’, antwoord ik meestal ‘wie interesseert dat?’ Het is namelijk helemaal niet het punt wat Genesis wil maken. Wat ik wel belangrijk vindt is WIE de aarde heeft gemaakt en hoe Diegene is. En Genesis voorziet in dat antwoord, namelijk door een mooi beeld te geven van deze Schepper van Hemel en Aarde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten