dinsdag 15 januari 2013

Orde, rechtvaardigheid & vrijheid


In Nederland worden we geconfronteerd met een culturele desintegratie die op gang is gebracht door het multiculturalistische ideaal. Een niet onaanzienlijk segment van de academici, de media en het politieke establishment beargumenteert dat het doen verdwijnen van de traditionele westerse beschavingswaarden móet plaatsvinden om diversiteit en tolerantie meer ruimte te bieden. Dat zou een betere samenleving tot gevolg hebben. Minder aandacht voor onze historische afkomst en de hedendaagse betekenis zijn het onfortuinlijke gevolg van deze inzet.

Wat absoluut waar is, is dat Nederland een multi-etnisch land  is. Er leven mensen van zeer verschillende etnische achtergronden in ons land, iets wat ik als verrijkend en mooi ervaar. We zouden een multicultureel land echter moeten afwijzen. Iedere inwoner van Nederland zou een basis-set aan normen en waarden moeten omarmen en zich vooraleerst Nederlander voelen. Wanneer dat niet het geval is stop je met een natie te zijn en worden we een verzameling individuen. Een natie is gebaseerd op waarden die mensen van tal van achtergronden weet te verzamelen, die het verschil overstijgt en de overeenkomst benadrukt. Nederlanders zouden allen de democratie en rechtstaat moeten omarmen. Daarnaast is Nederland een van huis uit christelijke natie, een land gebouwd op een christelijke geloofsachtergrond. Sommige wensen daar de joodse invloeden ook bij te  noemen: een joods-christelijke natie dus.

Een interessante analyse met betrekking tot deze kwestie is die van Russell Kirk. Kirk stelt dat de westerse beschaving is gebouwd op een hoog niveau van drie kardinale waarden: rechtvaardigheid, orde en vrijheid. 

Onder rechtvaardigheid wordt het natuurlijk recht op bezitsvorming verstaan en de bescherming van leven, burgerrechten en menselijke waardigheid. Ook het straffen van hen die dat aantasten is een component van rechtvaardigheid.

Orde is het handhaven van vrede en harmonie. Kirk zegt daarover (vertaald): ‘Orde veronderstelt de gehoorzaamheid van een natie aan de wetten van God en de gehoorzaamheid van het individu aan de juiste autoriteit’. Uiteraard kan een orde ook op andere idealen zijn gegrondvest, de vraag is dan echter hoe de relatie met vrijheid en rechtvaardigheid vorm krijgt. 

Zonder de twee elementen van rechtvaardigheid en orde kan vrijheid volgens Kirk niet bestaan. Onder vrijheid verstaat hij het recht én de verantwoordelijkheid van volwassenen om hun eigen keuzes te maken zolang de rechtvaardigheid en orde daarbij niet worden aangetast.

Interessant om te vermelden is dat Kirk in zijn latere leven een duidelijke rangorde tussen de drie kernbegrippen aanbracht. Orde hoort volgens hem voorop, omdat die kan bestaan zonder de andere twee componenten. Rechtvaardigheid kan echter niet bestaan zonder dat er orde is. Daarmee is orde dus de eerste, rechtvaardigheid de tweede en uit die twee komt vervolgens de lastigste trap van onze beschaving voort: vrijheid. In de huidige maatschappij lijkt die ordening omgedraaid: we beginnen tegenwoordig vaak bij de vrijheid. Dat brengt de westerse waarden echter in groot gevaar omdat dit leidt tot een verkeerd begrip van de kernpunten van onze westerse beschaving. Wanneer we ons niet realiseren dat voor vrijheid eerst orde en rechtvaardigheid nodig zijn, ontstaat een banaal vrijheidsbegrip. Met alle gevolgen van dien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten