Vandaag
is het Goede Vrijdag, voor christenen de meest treurige dag van het kerkelijk
jaar dan toch in ieder geval van de veertigdagentijd. Tegelijkertijd is het een
dag vol van goedheid; Jezus heeft voor de mensheid geleden en onze zonden
weggewassen door Zijn lijden aan het Kruis. Een onpeilbare mengeling van
verdriet en vreugde worden vandaag beleefd. Het lijdensverhaal van Jezus wordt
op allerlei wijzen herdacht. Van de frivole rockmusical Jesus Christ Superstar tot de
bloederige Passion
of the Christ, van de klassieke Mattheus-Passion tot aan de moderne
muziekvertaling The
Passion 2013. In deze blog wil ik echter doordringen tot de historische
kern van hetgeen er op Goede Vrijdag is gebeurd.
Jezus houding richting het naderend lijden
Wie de Evangeliën bestudeert kan grofweg twee tijdperken aanwijzen in het leven van Jezus. De eerste periode van Zijn leven is wanneer Hij als weldoener door Galilea trekt en veel 'succes’ oogst. Mensen omarmen Zijn boodschap en de weldaden die Hij brengt. Grote volksmassa’s komen op Zijn publieke optreden af en niet zelden wordt melding gemaakt van welhaast een ‘overkill’ aan aandacht; Jezus moet moeite doen om de rust op te zoeken. Langzaam maar zeker ontstaat er echter meer tegenstand richting Zijn boodschap. Autoriteiten komen in het geweer en de groep leerlingen wordt kleiner. Jezus lijkt ook steeds meer tijd te besteden aan het onderrichten van een sterke kerngroep (‘de Twaalf’), waarbij we via het Evangelie ook meer zien van de onderlinge gesprekken tussen Jezus en de apostelen. De dramatische finale komt in zicht wanneer Jezus besluit naar Jeruzalem te trekken. Jezus is geen naïeveling en moet hebben geweten dat deze tocht naar Jeruzalem levensgevaarlijk was vanwege het grote verzet dat Hem daar te wachten stond. De Romeinen hadden het recht van kruisiging en de onthoofding van Johannes de Doper op bevel van Herodus stond eenieder nog in het geheugen geprent. Kortom; met een groep leerlingen naar Jeruzalem trekken was een hachelijke onderneming en zonder twijfel heeft Jezus dit geweten. Dat maakt de vraag interessant welke plek Jezus de naderende (dan toch in ieder geval verwachte) dood in het heilsperspectief met God heeft gegeven.
Jezus houding richting het naderend lijden
Wie de Evangeliën bestudeert kan grofweg twee tijdperken aanwijzen in het leven van Jezus. De eerste periode van Zijn leven is wanneer Hij als weldoener door Galilea trekt en veel 'succes’ oogst. Mensen omarmen Zijn boodschap en de weldaden die Hij brengt. Grote volksmassa’s komen op Zijn publieke optreden af en niet zelden wordt melding gemaakt van welhaast een ‘overkill’ aan aandacht; Jezus moet moeite doen om de rust op te zoeken. Langzaam maar zeker ontstaat er echter meer tegenstand richting Zijn boodschap. Autoriteiten komen in het geweer en de groep leerlingen wordt kleiner. Jezus lijkt ook steeds meer tijd te besteden aan het onderrichten van een sterke kerngroep (‘de Twaalf’), waarbij we via het Evangelie ook meer zien van de onderlinge gesprekken tussen Jezus en de apostelen. De dramatische finale komt in zicht wanneer Jezus besluit naar Jeruzalem te trekken. Jezus is geen naïeveling en moet hebben geweten dat deze tocht naar Jeruzalem levensgevaarlijk was vanwege het grote verzet dat Hem daar te wachten stond. De Romeinen hadden het recht van kruisiging en de onthoofding van Johannes de Doper op bevel van Herodus stond eenieder nog in het geheugen geprent. Kortom; met een groep leerlingen naar Jeruzalem trekken was een hachelijke onderneming en zonder twijfel heeft Jezus dit geweten. Dat maakt de vraag interessant welke plek Jezus de naderende (dan toch in ieder geval verwachte) dood in het heilsperspectief met God heeft gegeven.
Alle
vier de Evangelies leggen de nadruk op Jezus zijn vrijwillige acceptatie van
het lijden. Na rond te hebben getrokken op aarde en de blijde boodschap van God
te hebben verkondigd, breekt een fase aan waarin de mensen Zijn boodschap
verwerpen. Op deze situatie heeft Jezus geanticipeerd en gereageerd door
vrijwillig het lijden te aanvaarden tot verlossing van velen. Daarbij moet
worden benadrukt dat het lijden en de dood van Jezus geen lineair proces lijkt te zijn.
Was dit immers wel het geval, dan wordt Zijn leven vóór Pasen een groot
toneelstuk dat slechts stilletjes op weg is naar zijn eigenlijke voltooiing op
het Kruis. De ‘innerlijke doodstrijd’ die Jezus op de avond vóór Zijn lijden
voert is ook in tegenspraak met de stelling dat de kruisiging door Jezus slechts een ingecalculeerde gebeurtenis is. Eerder moet worden erkent dat, nu blijkt dat Jezus zijn boodschap niet
‘goedschiks’ wordt aanvaard, het ‘kwaadschiks’ moet worden volbracht aan het
kruis. Dat vergt een extra offer van Jezus, namelijk zichzelf als ‘Lam Gods’
weggeven op een gruwelijke manier. Dat nieuwe gegeven in zijn levensweg
accepteert Jezus met het Hem bekende Godsvertrouwen; ‘niet mijn wil, maar Uw
wil’. Op Witte Donderdag nuttigde hij met zijn leerlingen het afscheidsmaal.
Het nuttigen van de maaltijd is een terugkerend element in het Evangelie, maar
nu het avondmaal wordt gevierd in het aanschijn van zijn naderende dood krijgt
het een zeer belangrijke betekenis. Jezus biedt blijvende gemeenschap met zijn
leerlingen aan via deze gezamenlijke maaltijd. Hij verstaat Zijn dood als zaak
van God voor de mensen en communiceert dit in de gesluierde tekenen van het
aanreiken van tafelgemeenschap met Zijn intieme groep volgelingen; voetwassing,
breken van het brood, drinken van de beker. Nadrukkelijk geeft Hij daarbij aan
dat men dit moet blijven doen, waarmee Hij via de maaltijd als het ware een
verbindingsbrug slaat tussen het aardse en het eeuwige. Hij incorporeert Zijn
dood in Zijn leven en vervult het daarmee. Zijn missie is niet mislukt, maar
juist door de onvoorwaardelijke acceptatie van Zijn dood als plaatshebbend in
het door God gewilde Heilsmysterie totaal gelukt.
De veroordeling van Jezus
Niet via steniging zoals in de joodse tijd van destijds gebruikelijk (zie bijvoorbeeld de Heilige Martelaar Stefanus) noch via het Herodiaanse onthoofden (zie de Heilige Johannes de Doper), maar via het Romeinse kruisigen is Jezus aan Zijn einde gekomen. Interessante vraag is hoe dit zover heeft kunnen komen? Waarom zijn de Romeinen de uiteindelijke executeurs van Jezus? De verklaring dat het joden niet is toegestaan een man ter dood te brengen, zoals in het Evangelie vermeldt, is immers historisch weinig acceptabel. Hoe zijn Stefanus en Johannes de Doper anders aan hun einde gekomen?
De veroordeling van Jezus
Niet via steniging zoals in de joodse tijd van destijds gebruikelijk (zie bijvoorbeeld de Heilige Martelaar Stefanus) noch via het Herodiaanse onthoofden (zie de Heilige Johannes de Doper), maar via het Romeinse kruisigen is Jezus aan Zijn einde gekomen. Interessante vraag is hoe dit zover heeft kunnen komen? Waarom zijn de Romeinen de uiteindelijke executeurs van Jezus? De verklaring dat het joden niet is toegestaan een man ter dood te brengen, zoals in het Evangelie vermeldt, is immers historisch weinig acceptabel. Hoe zijn Stefanus en Johannes de Doper anders aan hun einde gekomen?
Feit is dat
Jezus een forse tegenstand ondervond vanuit de joodse gezagsdragers. Een
machtig orgaan dat toezag op de handhaving van de joodse leer en bovendien
bevoegd was tegen godslasteraars en diegene die de tempel ontheiligden op te
treden was het Sanhedrin (afgeleid van het Griekse synedrion, wat zoveel
betekent als ‘samen zitten’). Het Sanhedrin was het Joodse gerechtshof onder
leiding van de hogepriester. Leidraad voor het Sanhedrin of iemand volgens de
joodse leer in overtreding was, was het boek Deuteronomium, in
het bijzonder Deut. 17,12: ‘Waagt iemand het niet te gehoorzamen aan de
(hoge-)priester die daar voor Jahwe uw God dienst doet, of aan de rechter, dan
moet die man sterven’. In de tijd van Jezus was de differentiatie in het
Sanhedrin echter groot: er waren verschillende fracties met verschillende
religieuze inzichten. Zelden werd iemand als pseudo-leraar dan wel profeet
veroordeeld, simpelweg omdat wat voor de ene fractie nogal als schokkende leer
werd ervaren door de tegenovergestelde fractie als volledig aanvaardbaar werd
gezien. Deze patstelling verhinderde een (spoedige) veroordeling. Van het
joodse Sanhedrin moet dus geenszins een moordlustig hof worden gemaakt dat
spoedig tot een veroordeling van Jezus zou overgaan. Ondanks dat zijn leer grote
weerstand opriep, was men getrouw aan Gods woord zoals gesproken in Deuteronomium.
De reden dat het Sanhedrin Jezus toch relatief snel veroordeelde kwam voort uit de in joodse ogen ‘minachting’ die Jezus richting het Sanhedrin had door ‘in het geheel niet te spreken’ (zie Mc.14,60-61). Jezus weigert verantwoording af te leggen aan een joods hof. Zijn leer en zending ‘is niet van deze wereld’ en wordt slechts en alleen door God geoordeeld. Het hoffelijk verzet door dit niet uit te spreken maar zich in stilzwijgen te hullen maakt hem echter bij vrijwel alle fracties in het Sanhedrin onpopulair. De uiteindelijke veroordeling van Jezus luidt dan ook: ‘Contemptus auctoritatis’(misprijzing/uitdaging van het gezag). Opvallend daarbij is dat in het Evangelie van Marcus eerst melding wordt maakt van zijn veroordeling ter dood (Mc.14,64), terwijl even verderop wordt gesteld ‘dat in de vroege morgen de hogepriester met de oudsten en schriftgeleerden, heel het Sanhedrin, tot een besluit kwam’ (Mc.15,1), namelijk Jezus uitleveren aan de Romeinse procurator Pontius Pilatus. Deze hink-stap-sprong van het oudste Evangelie lijkt te wijzen op een politieke impasse in het Sanhedrin op de vraag of het leven van Jezus en vervolgens Zijn zwijgen in het Sanhedrin als voldoende grond voor doodsveroordeling moet worden beschouwd. Het door Marcus beschreven ‘nachtelijk polderoverleg’ lijkt een compromis op te leveren van de categorie ‘over de schutting gooien’: laat het de Romeinen maar beslissen. Via deze juridische uitweg werden de twijfelende leden van het Sanhedrin ontheven van directe verantwoordelijkheid voor Zijn dood, terwijl de vervolgers van Jezus hun zaak bij de Romeinen konden bepleiten. Het vervolg is bekend; Jezus werd naar landvoogd Pontius Pilatus geleid en deze werd onder (volkse) druk gezet Jezus te veroordelen. Daarbij werden nadrukkelijk ook wereldse argumenten gebruikt om de Romeinse autoriteit te verleiden Jezus te veroordelen. Denk aan de tactiek om van Jezus een oproerkraaier richting de Romeinen te maken, waarmee hij nadrukkelijk ook voor Pilatus een probleem werd. Na een wisselwerking tussen volkswoede en de meer juridisch aangelegde Romeinse landvoogd werd Jezus uiteindelijk gegeseld en overgeleverd ter kruisiging.
De reden dat het Sanhedrin Jezus toch relatief snel veroordeelde kwam voort uit de in joodse ogen ‘minachting’ die Jezus richting het Sanhedrin had door ‘in het geheel niet te spreken’ (zie Mc.14,60-61). Jezus weigert verantwoording af te leggen aan een joods hof. Zijn leer en zending ‘is niet van deze wereld’ en wordt slechts en alleen door God geoordeeld. Het hoffelijk verzet door dit niet uit te spreken maar zich in stilzwijgen te hullen maakt hem echter bij vrijwel alle fracties in het Sanhedrin onpopulair. De uiteindelijke veroordeling van Jezus luidt dan ook: ‘Contemptus auctoritatis’(misprijzing/uitdaging van het gezag). Opvallend daarbij is dat in het Evangelie van Marcus eerst melding wordt maakt van zijn veroordeling ter dood (Mc.14,64), terwijl even verderop wordt gesteld ‘dat in de vroege morgen de hogepriester met de oudsten en schriftgeleerden, heel het Sanhedrin, tot een besluit kwam’ (Mc.15,1), namelijk Jezus uitleveren aan de Romeinse procurator Pontius Pilatus. Deze hink-stap-sprong van het oudste Evangelie lijkt te wijzen op een politieke impasse in het Sanhedrin op de vraag of het leven van Jezus en vervolgens Zijn zwijgen in het Sanhedrin als voldoende grond voor doodsveroordeling moet worden beschouwd. Het door Marcus beschreven ‘nachtelijk polderoverleg’ lijkt een compromis op te leveren van de categorie ‘over de schutting gooien’: laat het de Romeinen maar beslissen. Via deze juridische uitweg werden de twijfelende leden van het Sanhedrin ontheven van directe verantwoordelijkheid voor Zijn dood, terwijl de vervolgers van Jezus hun zaak bij de Romeinen konden bepleiten. Het vervolg is bekend; Jezus werd naar landvoogd Pontius Pilatus geleid en deze werd onder (volkse) druk gezet Jezus te veroordelen. Daarbij werden nadrukkelijk ook wereldse argumenten gebruikt om de Romeinse autoriteit te verleiden Jezus te veroordelen. Denk aan de tactiek om van Jezus een oproerkraaier richting de Romeinen te maken, waarmee hij nadrukkelijk ook voor Pilatus een probleem werd. Na een wisselwerking tussen volkswoede en de meer juridisch aangelegde Romeinse landvoogd werd Jezus uiteindelijk gegeseld en overgeleverd ter kruisiging.
Noot 1: Veel van
bovenstaande analyse is gebaseerd op de werken van de dominicaan Edward
Schillebeeckx. Zijn hoofdwerk, Jezus, het verhaal van een levende is via de
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) te downloaden via deze link.
De bovenstaande tekst is gebaseerd op de pagina's 223-261 van dit werk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten