zaterdag 6 april 2013

Drie visies op het lijden en sterven van Jezus


Alle evangelies leggen de nadruk op het feit dat Jezus zijn lijden vrijwillig op zich nam. Jezus verbood de leerlingen zich te verzetten en accepteerde na zijn meditatie op de avond van de overlevering zijn lot als door God gewild. De diepe reden (‘zin’) waarom Jezus heeft geleden en is gestorven is echter gevarieerd. Grofweg zijn er drie interpretaties op het lijden en sterven van Jezus. Deze behandel ik in deze column kort.

1. Profetische marteldood
In met name de vroegchristelijke traditie wordt de dood van Jezus geplaatst in de profetengeschiedenis van Israël  Iedere profeet die ‘metanoia’ (=radicale omkering van het leven) bepleit wordt door het hardvochtige Israël verworpen, verwond en zelfs vermoord. Deze interpretatie maakt van Jezus een (eindtijdelijke) profeet, die oproept de werkelijke wet van God te onderhouden. Sinds de Makkabeeëntijd heeft zich in de joodse geschiedenis tevens een overtuiging ontwikkeld dat er naast de werkelijke profeet ook ‘valse profeten’ komen, die radicaal tegenover de verlossende eindtijdelijke profeet staan. Bij eenieder die een radicale omkeer predikte werd daarom kritisch bekeken of het een prediker Gods of een anti-heilsfiguur betrof. Deze duivel (‘anti-christ’) breekt de wet en tempel immers af. 

Met zijn radicale oproep de joodse wet te interpreteren zoals God deze heeft bedoeld, daarbij nuancerend kijkend naar uitwassen van het wettisch denken en de tempelpraktijken, is Jezus voor sommige joden niet de grote profeet maar het radicaal tegenovergestelde: de pseudo-profeet, de tegenspreker. Dat verklaart ook de reactie van uitersten die Jezus opriep; of men omarmt hem als profeet, of men verwerpt hem als anti-heilsfiguur. Voor de aanhangers van Jezus is zijn lijden en dood geheel in lijn met het lijden van diverse andere profeten uit het Oude Testament. Goddelijk profeten werden vaker onterecht verworpen door de mensen. Zijn opstaan uit de dood is echter het ‘gelijk’ dat God geeft aan de leer en visie van Jezus. Daarmee werd Jezus na zijn dood en verrijzenis het ‘strijdvaandel’ tegen de stikte observantie van de joodse wet.  Jezus wordt voor mensen het ‘Licht der wereld’, de correct interpreterende eindtijdelijke profeet en daarmee dus de juiste wetsleraar. Opvallend in deze interpretatie is dat lijden en dood van Jezus ‘an sich’ geen betekenis hebben. Sterker nog; ze worden als beschamende verwerping van een goede profeet gezien: een vorm van zinloos geweld. Niet in de dood maar in het persoonlijk en profetisch optreden van Jezus in zijn aardse dagen én de opwekking uit de dood als goedkeurend teken van God wordt als zinvol beschouwd.

2. Goddelijk heil
In een verdere bezinning op Jezus dood, met name ook geïnspireerd door het Marcus-evangelie, staat de zin van het lijden van Jezus en zijn dood sterker centraal. De Mensenzoon móest veel lijden om zo verheerlijkt te kunnen worden. De nadruk ligt in deze traditie dus niet zo sterk op de verrijzenis als bij de interpretatie van de profetische marteldood het geval is. Veelmeer gaat het erom dat Jezus door God aan lijden en dood is prijsgegeven en zo heil aanbiedt, ook na zijn dood. Het Emmaus-verhaal past sterk in deze traditie: Jezus is na zijn lijden in de tekenen van de tafelgemeenschap blijvend aanwezig. Daarmee hebben dood en lijden van Jezus ‘zin’. Het is waarschijnlijk dat het ‘genre’ Passieverhaal in deze interpretatie sterk is opgekomen. Waar in de traditie van de profetische martelaarsdood het lijden als zinloos kwaad tegen de Godsprofeet werd ervaren, zo werd in de traditie van het Goddelijk heil (tevens?) een zingevend aspect aan het lijden verleend. Daarbij werd voortgebouwd op de in de Psalmen aanwezige traditie van de lijdende Godsdienaar die uiteindelijk wordt gered. Op deze manier worden leven, lijden én verrijzenis van Jezus met elkaar in verband gebracht. Het lijden is niet zozeer een onfortuinlijk gebeuren dat door God teniet wordt gedaan, maar is juist nodig opdat het Goddelijk heil kan doorschijnen. Het is ook in deze traditie dat de sterke verweving met de teksten uit het Oude Testament worden opgezocht en profetische teksten op Jezus worden geprojecteerd. Dat versterkt het genoemde opkomen van het Passieverhaal en de diverse verwijzingen die daar worden gemaakt naar het Oude Testament. Jezus is de in de schrift gefundeerde ‘lijdende rechtvaardigde’. Zonder dat lijden geen Goddelijk heil.

3. Soteriologisch schema
De derde interpretatie heeft zich geleidelijk in het terugblikken op Jezus dood ontwikkeld. Centraal in deze traditie staat de omschrijving ‘gestorven voor ons’ en ‘terwille van onze zonden’. Jezus is niet alleen gestorven zodat Godsheil kan worden aangeboden, maar tevens om ónze zonden uit te wassen door zijn lijden. In dit schema brengt Jezus dus niet alleen God dichterbij, maar verheft hij ook de mens door de uitdelging van diens zonden aan het kruis. De voor-paulinische verwijzingen naar dit motief van het lijden en dood van Jezus zijn relatief smal, maar wel te vinden. De oudste verwijzing is te vinden in Mc.10;45, waarin wordt gesproken over de ‘losprijs voor velen’ die door de dood van Jezus is betaald. Sterker komt dit motief naar voren in het laatste Evangelie (Johannes) en in de brieven van Paulus. Dat duidt erop dat bij de oudere verslagleggingen van Marcus, Mattheus en Lucas dit aspect weliswaar aanwezig was, maar nadrukkelijk gepositioneerd in het achtergronddecor (want weinig aangehaald). In terugblikken en meditatie op Jezus lijden en dood is het element van lijden voor onze zonden echter sterker naar voren gekomen. Ondanks de relatief late verwijzing naar het soteriologische motief van Jezus’ dood in het Nieuwe Testament is het een oude Bijbelse traditie die op diverse plekken reeds naar voren komt. Meest bekend is daarbij Jes.53, waarin wordt gesproken over de lijdende Godsknecht die ‘onze zonden op zich laadt’. Opvallend is echter dat in de verwijzingen uit het Nieuwe Testament niet expliciet naar dit uit Jesaja afkomstige lijdensmotief van de Christus wordt verwezen. Hierdoor is er onder exegeten discussie over de vraag of deze specifieke passage uit Jes.53 aanleiding is voor de soteriologische interpretatie of dat deze veelmeer gezocht moet worden in uitspraken van Jezus zélf. Die vraag is uiterst relevant omdat als deze interpretatie nadrukkelijk op Jesaja is gebaseerd, Johannes en Paulus dit motief ‘post mortem’ op Jezus hebben betrokken, zonder dat daar wellicht directe aanleiding voor is in zijn levenspraktijk. Blijkt echter dat Jezus zélf verwijzingen naar het uitwassen van de zonden heeft gemaakt, dan is het een trouwe herinnering aan zijn leven. Wederom komt hier de vraag naar voren of we bij de specifieke passages die hierover gaan te maken hebben met daadwerkelijke, Jezus-echte uitspraken of met literaire beschouwingen door de schrijvers achteraf.

Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er verschillende tradities en interpretaties zijn te onderscheiden op het lijden en de dood van Jezus. Dat is niet vreemd: ieder legt afhankelijk van zijn omgeving andere accenten in de beschrijving en verwerking van een gebeurtenis. Bovendien ontwikkelen visies en accenten doorheen te tijd. Daarbij is geenszins uitgesloten dat alle drie de tradities elementen van waarheid (d.w.z. werkelijke reflectie) bevatten. 

Noot 1: Veel van bovenstaande analyse is gebaseerd op de werken van de dominicaan Edward Schillebeeckx. Zijn hoofdwerk, Jezus, het verhaal van een levende is via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) te downloaden via deze link. De bovenstaande tekst is gebaseerd op de pagina's 224-241 van dit werk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten