Alle evangelies leggen de nadruk op het feit dat Jezus zijn lijden
vrijwillig op zich nam. Jezus verbood de leerlingen zich te verzetten en
accepteerde na zijn meditatie op de avond van de overlevering zijn lot als door
God gewild. De diepe reden (‘zin’) waarom Jezus heeft geleden en is gestorven is echter gevarieerd.
Grofweg zijn er drie interpretaties op het lijden en sterven van Jezus. Deze
behandel ik in deze column kort.
1. Profetische
marteldood
In met name de vroegchristelijke traditie wordt de dood van Jezus geplaatst
in de profetengeschiedenis van Israël Iedere profeet die ‘metanoia’ (=radicale
omkering van het leven) bepleit wordt door het hardvochtige Israël verworpen,
verwond en zelfs vermoord. Deze interpretatie maakt van Jezus een (eindtijdelijke)
profeet, die oproept de werkelijke wet van God te onderhouden. Sinds de
Makkabeeëntijd heeft zich in de joodse geschiedenis tevens een overtuiging
ontwikkeld dat er naast de werkelijke profeet ook ‘valse profeten’ komen, die radicaal
tegenover de verlossende eindtijdelijke profeet staan. Bij eenieder die een
radicale omkeer predikte werd daarom kritisch bekeken of het een prediker Gods
of een anti-heilsfiguur betrof. Deze duivel (‘anti-christ’) breekt de wet
en tempel immers af.
Met zijn radicale oproep de joodse wet te interpreteren
zoals God deze heeft bedoeld, daarbij nuancerend kijkend naar uitwassen van het
wettisch denken en de tempelpraktijken, is Jezus voor sommige joden niet de
grote profeet maar het radicaal tegenovergestelde: de pseudo-profeet, de
tegenspreker. Dat verklaart ook de reactie van uitersten die Jezus opriep; of
men omarmt hem als profeet, of men verwerpt hem als anti-heilsfiguur. Voor de
aanhangers van Jezus is zijn lijden en dood geheel in lijn met het lijden van
diverse andere profeten uit het Oude Testament. Goddelijk profeten werden vaker
onterecht verworpen door de mensen. Zijn opstaan uit de dood is echter het
‘gelijk’ dat God geeft aan de leer en visie van Jezus. Daarmee werd Jezus na
zijn dood en verrijzenis het ‘strijdvaandel’ tegen de stikte observantie van de
joodse wet. Jezus wordt voor mensen het
‘Licht der wereld’, de correct interpreterende eindtijdelijke profeet en
daarmee dus de juiste wetsleraar. Opvallend in deze interpretatie is dat lijden
en dood van Jezus ‘an sich’ geen betekenis hebben. Sterker nog; ze worden als
beschamende verwerping van een goede profeet gezien: een vorm van zinloos geweld. Niet in de
dood maar in het persoonlijk en profetisch optreden van Jezus in zijn aardse
dagen én de opwekking uit de dood als goedkeurend teken van God wordt als
zinvol beschouwd.
2. Goddelijk
heil
In een verdere bezinning op Jezus dood, met name ook geïnspireerd door het
Marcus-evangelie, staat de zin van het lijden van Jezus en zijn dood sterker centraal. De
Mensenzoon móest veel lijden om zo verheerlijkt te kunnen worden. De nadruk
ligt in deze traditie dus niet zo sterk op de verrijzenis als bij de interpretatie
van de profetische marteldood het
geval is. Veelmeer gaat het erom dat Jezus door God aan lijden en dood is
prijsgegeven en zo heil aanbiedt, ook na zijn dood. Het Emmaus-verhaal past
sterk in deze traditie: Jezus is na zijn lijden in de tekenen van de
tafelgemeenschap blijvend aanwezig. Daarmee hebben dood en lijden van Jezus
‘zin’. Het is waarschijnlijk dat het ‘genre’ Passieverhaal in deze interpretatie
sterk is opgekomen. Waar in de traditie van de profetische martelaarsdood het lijden als
zinloos kwaad tegen de Godsprofeet werd ervaren, zo werd in de traditie van
het Goddelijk heil (tevens?) een zingevend aspect aan het lijden verleend. Daarbij werd voortgebouwd op de in de Psalmen aanwezige traditie van de lijdende Godsdienaar
die uiteindelijk wordt gered. Op deze manier worden leven, lijden én
verrijzenis van Jezus met elkaar in verband gebracht. Het lijden is niet zozeer
een onfortuinlijk gebeuren dat door God teniet wordt gedaan, maar is juist nodig
opdat het Goddelijk heil kan doorschijnen. Het is ook in deze traditie dat de
sterke verweving met de teksten uit het Oude Testament worden opgezocht en
profetische teksten op Jezus worden geprojecteerd. Dat versterkt het genoemde opkomen van het Passieverhaal en de diverse verwijzingen die daar worden
gemaakt naar het Oude Testament. Jezus is de in de schrift gefundeerde ‘lijdende
rechtvaardigde’. Zonder dat lijden geen Goddelijk heil.
3. Soteriologisch
schema
De derde interpretatie heeft zich geleidelijk in het terugblikken op Jezus
dood ontwikkeld. Centraal in deze traditie staat de omschrijving ‘gestorven
voor ons’ en ‘terwille van onze zonden’. Jezus is niet alleen gestorven zodat
Godsheil kan worden aangeboden, maar tevens om ónze zonden uit te wassen door
zijn lijden. In dit schema brengt Jezus dus niet alleen God dichterbij, maar
verheft hij ook de mens door de uitdelging van diens zonden aan het
kruis. De voor-paulinische verwijzingen naar dit motief van het lijden en dood
van Jezus zijn relatief smal, maar wel te vinden. De oudste verwijzing is te
vinden in Mc.10;45, waarin wordt gesproken over de ‘losprijs voor velen’ die
door de dood van Jezus is betaald. Sterker komt dit motief naar voren in
het laatste Evangelie (Johannes) en in de brieven van Paulus. Dat duidt erop
dat bij de oudere verslagleggingen van Marcus, Mattheus en Lucas dit aspect
weliswaar aanwezig was, maar nadrukkelijk gepositioneerd in het achtergronddecor
(want weinig aangehaald). In terugblikken en meditatie op Jezus lijden en dood
is het element van lijden voor onze zonden echter sterker naar voren gekomen.
Ondanks de relatief late verwijzing naar het soteriologische motief van Jezus’
dood in het Nieuwe Testament is het een oude Bijbelse traditie die op diverse
plekken reeds naar voren komt. Meest bekend is daarbij Jes.53, waarin wordt
gesproken over de lijdende Godsknecht die ‘onze zonden op zich laadt’. Opvallend
is echter dat in de verwijzingen uit het Nieuwe Testament niet expliciet naar
dit uit Jesaja afkomstige lijdensmotief van de Christus wordt verwezen.
Hierdoor is er onder exegeten discussie over de vraag of deze specifieke
passage uit Jes.53 aanleiding is voor de soteriologische interpretatie of dat
deze veelmeer gezocht moet worden in uitspraken van Jezus zélf. Die vraag is
uiterst relevant omdat als deze interpretatie nadrukkelijk op Jesaja is
gebaseerd, Johannes en Paulus dit motief ‘post mortem’ op Jezus hebben
betrokken, zonder dat daar wellicht directe aanleiding voor is in zijn
levenspraktijk. Blijkt echter dat Jezus zélf verwijzingen naar het uitwassen
van de zonden heeft gemaakt, dan is het een trouwe herinnering aan zijn leven.
Wederom komt hier de vraag naar voren of we bij de specifieke passages die hierover gaan te maken hebben
met daadwerkelijke, Jezus-echte uitspraken of met literaire beschouwingen door
de schrijvers achteraf.
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er verschillende tradities en
interpretaties zijn te onderscheiden op het lijden en de dood van Jezus. Dat is niet vreemd: ieder
legt afhankelijk van zijn omgeving andere accenten in de beschrijving en
verwerking van een gebeurtenis. Bovendien ontwikkelen visies en accenten
doorheen te tijd. Daarbij is geenszins uitgesloten dat alle drie de tradities
elementen van waarheid (d.w.z. werkelijke reflectie) bevatten.
Noot 1: Veel van
bovenstaande analyse is gebaseerd op de werken van de dominicaan Edward
Schillebeeckx. Zijn hoofdwerk, Jezus, het verhaal van een levende is via de
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) te downloaden
via deze
link. De bovenstaande tekst is gebaseerd op de pagina's 224-241 van dit
werk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten