Quid est veritas? Vertaald naar het Nederlands: Wat is Waarheid? Deze door Pontius
Pilatus aan Jezus gestelde vraag in het Evangelie is lastig gebleken voor vele
mensen doorheen de geschiedenis. Ze heeft zelfs de meest gevierde filosofen
regelmatig overdonderd, verward en verbijsterd. De waarheidsvraag blijft de
meest belangrijke vraag die er is, ja zelfs de ‘vraag der vragen’. Juist deze
vraag moet behandeld worden om nut en inhoud te kunnen geven aan het leven.
Daarmee is het dus niet slechts een vraag die plichtmatig behandeld moet
worden, maar een fundamentele vraag die serieus antwoord behoeft. Het is niet een retorische vraag om nergens antwoord op te hoeven geven of overal
voor weg te kunnen lopen, zoals tegenwoordig onder invloed van het relativisme
vaak gebeurd. Waarheid is tevens geen synoniem voor ‘mening’. De waarheid is
immers altijd waar en kan niet anders worden, iets wat voor een mening wél
geldt. Waarheid is een synoniem voor realiteit, de lakmoes waaraan een mening
getoetst dient te worden. Wanneer een mening de Test der Waarheid niet
overleefd, zou ze niet meer gehuldigd moeten worden.
Waarheid kan niet worden afgedaan als onkenbaar, noch kan het op basis van
blind geloof worden gepropagandeerd. Zaken worden niet ‘waar’ omdat we ze
geloven, noch worden ze ‘onwaar’ omdat we ze niet meer geloven. Onafhankelijk
van een geloof, mening of overtuiging bestaat de waarheid. De waarheid is ‘zo’
en kan niet worden veranderd door menselijke subjectiviteit. Omdat de waarheid
zo fundamenteel is, is het van groot belang de waarheid te kennen en ons ernaar
te richten. Ze dient het fundament te zijn van het leven dat we leiden omdat
alleen de kennis van de waarheid ons kan brengen tot wijsheid. De eerste stap
in de zoektocht naar ‘wat is waarheid?’ is de daaraan voorafgaande vraag: hoe
weten we wat waar is, wat zijn de opties om dit te bereiken? Het antwoord op
deze methodologische vraag lijkt het gebruik van reden te zijn. Er is immers
geen irrationeel pad naar de waarheid. Ook de zogenaamde mystieke aanduidingen
van de waarheid, zoals goedheid, waarheid en schoonheid zijn niets anders dan
de prachtige schittering van de waarheid zélf. Daarmee zijn dus ook deze
mystieke uitdrukkingen een (onvolledige) expressie van de rationele basis van
de realiteit.
De grote filosofen uit de klassieke tijd, zoals Socrates, Plato en
Aristoteles, kwamen tot de stellige overtuiging dat het Goddelijke bestond én
gekend kon worden door het gebruik van reden. Schrijvers uit de Oudheid, zoals
Homerus, Sophocles, Aischylos en Vergilius kwamen tegelijkertijd tot dezelfde conclusie
via hun beschrijvingen van de slechtheden, zwakheden, waarden en deugden van de
mensheid. Op die manier kwamen de klassieke denkers/schrijvers tot een begrip
van het natuurrecht via rationele observaties van de plek van de mens in de
natuur. Deze zagen ze als logisch en uiteindelijk als de ultieme theologische
expressie van het Goddelijke recht. Het gebruik van reden leidt ons aldus tot
het aanvaarden van het bestaan van een Godheid, net als tot een rudimentair
begrip van de Goddelijke machten van omnipotentie, alwetendheid, alom aanwezigheid,
gerechtigheid, goedheid, schoonheid, waarheid en liefde. Veel verder reikt de
reden echter niet. Wil de reden dieper in de Waarheid doordringen, dat is het nodig
dat de Godheid zichzelf presenteert aan de mens. Er moet een handreiking richting
ons menselijk intellect worden gedaan. God geeft die handreiking via de openbaring van Zichzelf in de Schriften, zodat we Hem via die weg meer volledig kunnen begrijpen. In meest ultieme vorm
presenteert Hij Zichzelf via de mens Jezus Christus, die ons intellect
openstelt voor de volheid van de waarheid en de zekerheid geeft dat het geloof gegrondvest is in reden. Zonder reden is geloof immers onmogelijk, in ieder
geval ongefundeerd.
De vraag die Pilatus Christus stelt, Quid
est veritas?, beantwoordt Jezus in de Bijbel wanneer Hij stelt de Weg, de Waarheid
en het Leven te zijn. In die openbaring van Hemzelf laat God zien dat Hij zowel
de Waarheid als óók de Reden is. God is de uiteindelijke vervulling van onze
zoektocht naar Waarheid én de rationele weg om daartoe te komen. In dat
opzicht is Hij niet alleen het Woord maar ook de Weg naar dat Woord toe. In een
tautologische manier van spreken kan worden gezegd dat Hij de totaliteit van de
Waarheid bevat: Hij laat ons zien dat we de reden moeten gebruiken om te
geloven, om op die manier de reden te geloven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten