donderdag 6 juni 2013

Quid est veritas?

Quid est veritas? Vertaald naar het Nederlands: Wat is Waarheid? Deze door Pontius Pilatus aan Jezus gestelde vraag in het Evangelie is lastig gebleken voor vele mensen doorheen de geschiedenis. Ze heeft zelfs de meest gevierde filosofen regelmatig overdonderd, verward en verbijsterd. De waarheidsvraag blijft de meest belangrijke vraag die er is, ja zelfs de ‘vraag der vragen’. Juist deze vraag moet behandeld worden om nut en inhoud te kunnen geven aan het leven. Daarmee is het dus niet slechts een vraag die plichtmatig behandeld moet worden, maar een fundamentele vraag die serieus antwoord behoeft. Het is niet een retorische vraag om nergens antwoord op te hoeven geven of overal voor weg te kunnen lopen, zoals tegenwoordig onder invloed van het relativisme vaak gebeurd. Waarheid is tevens geen synoniem voor ‘mening’. De waarheid is immers altijd waar en kan niet anders worden, iets wat voor een mening wél geldt. Waarheid is een synoniem voor realiteit, de lakmoes waaraan een mening getoetst dient te worden. Wanneer een mening de Test der Waarheid niet overleefd, zou ze niet meer gehuldigd moeten worden.

Waarheid kan niet worden afgedaan als onkenbaar, noch kan het op basis van blind geloof worden gepropagandeerd. Zaken worden niet ‘waar’ omdat we ze geloven, noch worden ze ‘onwaar’ omdat we ze niet meer geloven. Onafhankelijk van een geloof, mening of overtuiging bestaat de waarheid. De waarheid is ‘zo’ en kan niet worden veranderd door menselijke subjectiviteit. Omdat de waarheid zo fundamenteel is, is het van groot belang de waarheid te kennen en ons ernaar te richten. Ze dient het fundament te zijn van het leven dat we leiden omdat alleen de kennis van de waarheid ons kan brengen tot wijsheid. De eerste stap in de zoektocht naar ‘wat is waarheid?’ is de daaraan voorafgaande vraag: hoe weten we wat waar is, wat zijn de opties om dit te bereiken? Het antwoord op deze methodologische vraag lijkt het gebruik van reden te zijn. Er is immers geen irrationeel pad naar de waarheid. Ook de zogenaamde mystieke aanduidingen van de waarheid, zoals goedheid, waarheid en schoonheid zijn niets anders dan de prachtige schittering van de waarheid zélf. Daarmee zijn dus ook deze mystieke uitdrukkingen een (onvolledige) expressie van de rationele basis van de realiteit.

De grote filosofen uit de klassieke tijd, zoals Socrates, Plato en Aristoteles, kwamen tot de stellige overtuiging dat het Goddelijke bestond én gekend kon worden door het gebruik van reden. Schrijvers uit de Oudheid, zoals Homerus, Sophocles, Aischylos en Vergilius kwamen tegelijkertijd tot dezelfde conclusie via hun beschrijvingen van de slechtheden, zwakheden, waarden en deugden van de mensheid. Op die manier kwamen de klassieke denkers/schrijvers tot een begrip van het natuurrecht via rationele observaties van de plek van de mens in de natuur. Deze zagen ze als logisch en uiteindelijk als de ultieme theologische expressie van het Goddelijke recht. Het gebruik van reden leidt ons aldus tot het aanvaarden van het bestaan van een Godheid, net als tot een rudimentair begrip van de Goddelijke machten van omnipotentie, alwetendheid, alom aanwezigheid, gerechtigheid, goedheid, schoonheid, waarheid en liefde. Veel verder reikt de reden echter niet. Wil de reden dieper in de Waarheid doordringen, dat is het nodig dat de Godheid zichzelf presenteert aan de mens. Er moet een handreiking richting ons menselijk intellect worden gedaan. God geeft die handreiking via de openbaring van Zichzelf in de Schriften, zodat we Hem via die weg meer volledig kunnen begrijpen. In meest ultieme vorm presenteert Hij Zichzelf via de mens Jezus Christus, die ons intellect openstelt voor de volheid van de waarheid en de zekerheid geeft dat het geloof gegrondvest is in reden. Zonder reden is geloof immers onmogelijk, in ieder geval ongefundeerd. 

De vraag die Pilatus Christus stelt, Quid est veritas?, beantwoordt Jezus in de Bijbel wanneer Hij stelt de Weg, de Waarheid en het Leven te zijn. In die openbaring van Hemzelf laat God zien dat Hij zowel de Waarheid als óók de Reden is. God is de uiteindelijke vervulling van onze zoektocht naar Waarheid én de rationele weg om daartoe te komen. In dat opzicht is Hij niet alleen het Woord maar ook de Weg naar dat Woord toe. In een tautologische manier van spreken kan worden gezegd dat Hij de totaliteit van de Waarheid bevat: Hij laat ons zien dat we de reden moeten gebruiken om te geloven, om op die manier de reden te geloven.        

Geen opmerkingen:

Een reactie posten