Voor de meeste mensen zal een bezoek van Jehova’s
Getuigen tot de periodieke ergernissen van het leven behoren. Mij heeft het
pasgeleden echter aan het denken gezet. Dat komt doordat Jehova’s een van de
weinige christelijke denominaties zijn die de Drie-eenheid van God ontkennen.
Want, zo stellen zij nogal eenvoudig, hoe kan God nu meer dan één zijn als je
gelooft dat er maar één God is? Een interessante denkexercitie ging daarmee van
start.
Logische uiteenzetting
In het Nieuwe Testament wordt Jezus gepresenteerd als de Zoon van God. Hij onderscheidt zichzelf daarmee nadrukkelijk van God de Vader. Bovendien belooft hij richting zijn afscheid dat hij de Heilige Geest naar zijn Apostelen zal zenden, waarmee een derde Goddelijke persoon wordt geïntroduceerd. Daarmee worden christenen in een lastige positie geplaatst. Er is immers maar één God, zo staat in de Tien Geboden. Maar die Ene God moet op een of andere manier wel Drie zijn: Vader, Zoon & Heilige Geest. Een lastige situatie die absoluut om verdieping vraagt.
Wanneer we stellen dat God Drie is, dan kan dat niet betekenen dat er ook drie goden zijn. God is dus de Ene, ongedeelde God die een Drie-eenheid is. Om deze paradox te verklaren maakten de klassieke Kerkvaders een onderscheid tussen natuur en persoon. God heeft niet drie individuele naturen of substanties, maar drie Personen. Een goddelijke natuur, zo kwamen ze overeen, kan niet verdeeld zijn. Het kan echter wel in verbinding met zichzelf staan in meer dan één manier. Wat is onthuld met de Incarnatie is het bestaan van God in drie ‘gelijktijdige relaties’, de drie Goddelijke Personen.
Het verschil in Goddelijke Personen wordt geïllustreerd in de uitspraak van Johannes: ‘God is liefde’ (1 Joh. 4:8). Liefde gaan over geven en nemen, het betreft een relatie tussen personen. En omdat God perfect is ‘in zichzelf’ heeft hij die liefde daarmee ook ‘in zichzelf’. De Vader is de gever van de Zoon: zijn Natuur is in bezit van de Zoon als Ontvanger van de Vader. Vader en Zoon bestaan enkel in relatie tot elkaar als eeuwige origine van de actus purus. Het is de Goddelijke Vader die zijn eigen Natuur in zijn geheel overdraagt aan de Zoon. Hij houdt daarbij niets terug. Daarbij ‘scheidt’ hij zichzelf niet van zijn natuur omdat hij juist Zichzelf overdraagt. Daarmee is hij een Gever en Ontvanger. Maar er is in deze handeling een derde vrucht aanwezig. Wanneer gegeven wordt, is er ook een Gift. Dat is de Heilige Geest, gelijk in Persoon en even Goddelijk. In de encycliek Dominimum et Vivificantem schrijft Johannes-Paulus II daarover:
In zijn innerlijke leven “is” God “liefde” , wezenlijke
liefde die de drie goddelijke Personen gemeen hebben; de Heilige Geest is
persoonlijke liefde, als Geest van de Vader en de Zoon. Daarom “doorgrondt Hij
de diepste geheimen van God” , als ongeschapen Liefde-gave.
De Geest is de vrucht van Liefde van de Vader en de Zoon, van hun zichtbare en oneindige openheid en liefde. Hij is de Goddelijke Natuur van het Gegevenen en Ontvangenen. De Heilige Geest is van de Vader, maar ook van de Zoon. De dualistische confrontatie tussen het Zelf en de Ander is in God overkomen door de aanwezigheid van de Heilige Geest, de derde relatie in de handeling van kennen en liefhebben. Daarmee is de Drie-eenheid het hemels model van liefde in zijn eigenlijke bron.
Liefde als basis
Op het eerste gezicht is de leer van de Triniteit niet
echt een inspirerend verhaal, zélfs als het de wetten van de logica niet
tegenspreekt. Dat komt wellicht doordat het ‘probleem’ van de Drie-ene God een
ietwat 'kunstmatig' 'probleem' is dat ontstaat doordat we ons op een
theologische afstand hebben geplaatst om de ondoorgrondelijke mystiek van de
Triniteit van God te benaderen. In de realiteit van het geloofsleven worden we
hier echter niet echt mee geconfronteerd, althans niet op deze complexe manier.
We worden in onze beleving niet geconfronteerd met drie Personen, maar staan
‘face to face’ met de Vader door de Zoon in de Heilige Geest. Doordat God mens
is geworden kunnen we in een persoonlijke relatie met God treden omdat hij via
Jezus van aangezicht tot aangezicht met ons in contact is getreden. Door deze
relatie raken we vervuld, ontvangen we de Heilige Geest als rijke vrucht. De
relatie die we met Jezus mogen hebben gaat daarmee over de dood heen verder
omdat ze gegrond is in de eeuwigheid. Liefde is daarmee het kernelement
van het christelijke wereldbeeld. Relaties met God en met andere mensen zijn
geen toevalligheid maar vormen het fundament van ons bestaan. Ze geven ons een
reden voor bestaan, een missie in deze wereld. Intrigerend aan relaties is dat
ze altijd een vrije keuze zijn. Liefde en relaties kunnen immers niet zonder de
volledige menselijke vrijheid om jezelf in vrijheid van harte aan de ander te
geven. En ook om deze liefde waarlijk te kunnen ontvangen is een ontvangst in
vrijheid nodig. Jezus geeft ons daarbij het meest tastbare voorbeeld en vraagt
ons blijvend voor Zijn én andermans liefde open te staan. De integrale
menselijke vervulling van deze ultieme liefde ligt niet enkel op een natuurlijk
niveau, maar ook in het bovennatuurlijke leven van de Drie Eenheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten